“Veeg m’n reet maar af!”
Dat is wat ze schreeuwde, midden in het kantoor van de woningcorporatie. Dit was de vrouw over wie ook het hele portiek klaagde. ’s Nachts was er lawaai, geschreeuw en waren er dichtslaande deuren. Maar niemand durfde haar aan te spreken. “Als ze erachter komt dat jij hebt geklaagd, dan heb je sowieso een probleem.”
Met bloemen voor de deur
Samen met een collega belde ik, zoals we dat bij iedereen doen, met bloemen bij haar aan. De deur ging op een kiertje. “Ik hoef niks, ik moet niks en je kunt sowieso niet binnenkomen door alle t*****gzooi.”
“Dat is oké hoor,” zei ik. “Maar mag ik je door het kiertje wel een bloem geven?” De deur ging een stukje verder open. Voor ons stond een vrouw met verwilderde ogen. Nogmaals zei ze dat we niet binnen konden komen, maar ze nam de bloem aan. “Hoe gaat het met je?” vroeg ik. “Heel slecht,” antwoordde ze meteen.
In de deuropening begon ze te vertellen. Over hoe ondraaglijk de nachten waren en hoe ze thuis tegen de muren op liep van radeloosheid. Zodra de kinderen sliepen en haar vriend thuis was, pakte ze de fles en ging ze de straat op. Gewoon om niet binnen te hoeven zijn. Dat leidde weer tot problemen, blauwe plekken en meldingen bij Veilig Thuis. Terwijl ze vertelde, veranderde haar houding. Uiteindelijk vroeg ze ons binnen.
Wat er achter de overlast zat
In haar overvolle keuken werd langzaam duidelijk wat er speelde. De woningcorporatie had haar balkon dichtgemaakt met glas, waardoor ze haar sigaretje niet meer kon roken zoals vroeger. Door het nieuwe afzuigsysteem kon ze niet meer frituren, terwijl de kinderen uit de buurt daar iedere zaterdag voor langskwamen. Haar inductiefornuis was lager dan haar oude gasfornuis, waardoor koken ongemakkelijk was geworden. Ook haar voorraadkast paste niet meer. Voor een ander misschien kleine veranderingen, maar voor haar betekende het veel.
“De keuken was altijd mijn domein. Maar dat is het nu niet meer. Ik heb jaren in de gevangenis gezeten en nu het balkon is afgesloten, voelt het alsof ik opnieuw opgesloten zit.” Haar stem brak. “Ik wil hier niet meer zijn. Zodra de kinderen slapen en mijn vriend thuis is, vlucht ik naar buiten. Ik ben op.”
De overlast waar de buurt last van had, kreeg ineens een heel andere achtergrond. Achter het geschreeuw en de dichtslaande deuren zat een vrouw die zich niet meer thuis voelde in haar eigen huis.
Eén kans om het anders te doen
De volgende ochtend, klokslag negen uur, belde ik de sociaal beheerder van de woningcorporatie. Ik vertelde hem over de vrouw achter de voordeur, over haar woede en radeloosheid en over het kleine beetje vertrouwen dat was ontstaan. Er was één kans op een huisbezoek “Maar,” voegde ik eraan toe, “we gaan niet praten, we gaan luisteren.” Hij stemde in.
Toen we die avond voor haar deur stonden, was de spanning voelbaar. Ze deed open met een felle blik en wenkte ons met een kort knikje naar binnen. De woonkamer was donker, op de kleine lichtjes van de kerstboom na.
De sociaal beheerder ging naast haar op de bank zitten. Ik nam plaats op een stoel ertegenover. Ze keek hem niet aan en je voelde hoeveel boosheid er nog tussen haar en de woningcorporatie zat. Maar hij begon niet over regels, klachten of beleid. Hij begon over zichzelf en over een periode waarin hij zelf radeloos was geweest en over een gebeurtenis die hem zo had geraakt dat hij niet meer wist hoe hij verder moest. Haar schouders zakten, haar blik verzachtte en voor het eerst keek ze hem aan.
Kleine aanpassingen, een groot verschil
Vanaf dat moment ontstond er een ander gesprek. Ze vertelde wat haar keuken en balkon voor haar betekenden en waarom de veranderingen zoveel met haar deden. We liepen samen naar de keuken en keken naar wat er mogelijk was. Haar fornuis kon worden verhoogd en er kon een afzuigkap worden geplaatst. Geen enorme ingrepen, maar wel veranderingen die haar konden helpen om zich weer thuis te voelen in haar eigen huis. Toen we weggingen, stond ze in de deuropening. “Dank je,” zei ze zacht.
Eerst begrijpen wat er speelt
Deze ontmoeting is ons altijd bijgebleven. Niet alleen omdat de situatie veranderde, maar vooral omdat ze laat zien hoe anders een situatie eruit kan zien zodra je weet wat er achter de voordeur speelt. Wat voor de buitenwereld begon als een verhaal over overlast, bleek een verhaal over verlies van vrijheid, radeloosheid en je niet meer thuis voelen.
Daarom blijven we aanbellen en luisteren. Want pas als je weet wat er echt speelt, kun je samen kijken naar wat er nodig is.